For the love of man

Voorbeeldige busten. Het borstbeeld in de Nederlanden 1600-1800.
Van 12 september tot en met 14 december 2008. Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen.

Wie even geen zin heeft om bij het Rijksmuseum in een lange rij te gaan staan om de veelbesproken platina schedel van Damian Hirst te gaan bekijken, raad ik aan ’s ochtends in de trein naar Antwerpen te stappen. Want als je in plaats van Hirst’s “For the love of God” te bekijken liever de liefde aan de mens wil betuigen, is de tentoonstelling “Voorbeeldige busten” in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten het perfecte startpunt.

Met ruim 50 busten biedt de tentoonstelling ”Voorbeeldige busten” een min of meer chronologisch overzicht van gebeeldhouwde portretten vanaf de oudheid tot de achttiende eeuw, met het accent op de periode van 1600-1800. De meeste busten zijn in een ware slagorde opgesteld, in een aantal en dichtheid dat ternauwernood kan worden opgenomen. Het is daardoor wel een tentoonstelling die je als bezoeker aan het werk zet. De informatie die de makers je geven is summier. Je moet het echt hebben van het zelf kijken. Maar wie dat doet ziet veel.
Startpunt vormen busten en  fragmenten uit de klassieke oudheid. Het zijn deze klassieke busten die vele eeuwen later nog steeds kunstenaars inspireerden en hen als voorbeeld en maatstaf dienden. Godinnen, strategen, Aristoteles, Plato, Alexander de Grote,  Julius Ceasar, Seneca en Caracalla. Zij figureren allen in het leger van klassieke busten dat de bezoeker verwelkomt in de eerste zaal. Net als de Trojaanse priester Laocoön, die zelfs tweemaal voor onze ogen verschijnt, zowel in gips als marmer.  Zijn doodstrijd vormt een perfecte brug naar de periode van de barok die centraal staat in deze tentoonstelling. Want het was onder andere dit beeld dat door de Vlaamse meester van de barok, Pieter Paul Rubens, aan het begin van de zeventiende eeuw, in zijn zucht naar klassieke inspiratie, werd bestudeerd en getekend. Het was de expressie en emotionaliteit van Laocoön die Rubens greep en hem zijn voorbeeld gaf voor het hoofd van de goede moordenaar in zijn schilderij De Lansstreek, dat in hetzelfde museum hangt waar de busten nu zijn opgesteld. Het is deze expressie en emotionaliteit die we ook zo goed kennen van de portretten van Bernini, de belangrijkste beeldhouwer van de Romeinse barok. Vinden we dat ook in de voorbeeldige borstbeelden die in die periode op Nederlandse bodem werden vervaardigd?

Quellinus_Luis_Francisco_de_Benavides_Carillo_de_Toledo_01

Luis Francisco de Banavides Carillo Toledo (Artus I Quellinus)

Het hart van de tentoonstelling bevindt zich in de kelder van het museum. Daar is het tweede cohort aan busten opgesteld, wederom in slagorde. Hier vinden we topstukken van de Nederlandse Bernini’s, zoals Rombout Verhulst (1624-1698), François Duquesnoys (1597-1643) en vooral ook Artus I Quellinus  (1609-1668). De laatste is bekend van de gebeeldhouwde decoratie op beide gevels van het Paleis op de Dam, één van de hoogtepunten van baroksculptuur in Nederland. Zijn beelden in de tentoonstelling zijn van bescheidener formaat, maar niet minder indrukwekkend. Het zijn de portretten van bijvoorbeeld Johan de Witt, van enkele Amsterdamse burgemeesters en van Luis Francisco de Benavides Carillo de Toledo (zie foto rechts). Alleen al het uitspreken van de naam van deze laatst geportretteerde edelman, Markies van Caracena en landvoogd van de Spaanse Nederlanden, brengt je in een andere tijd en in een andere, meer exotische omgeving. En ik moet zeggen, de zwier en het majestueuze dat je verwacht wordt je door Artus ook geboden.

De Markies is uit wit marmer gehouwen. Alles aan dit beeld is rijk: zijn weelderige haren, versierde harnas, kanten kraag en sterk geplooide sjerp en manchetten. Het is een vorm van rijkdom die bij veel van de busten terugkeert. De detaillering van de kanten kragen is soms ongelofelijk verfijnd, waarbij je niet begrijpt hoe de beeldhouwer die kraag of flinterdunne shawl zo heeft kunnen maken. Zonder dat deze brak! Om zijn militaire rang te duiden houdt de landvoogd in zijn handen een maarschalkstaf vast. Zijn handen drukken kracht uit en zijn gedetailleerd uitgewerkt. Pezen en aderen zijn duidelijk te zien. In vergelijking hiermee is het gezicht opvallend weinig getekend. Alsof deze leider met de hand onderwerpt, maar in de geest schoon en verfijnd blijft.

Rysbrack_Zelfportret

Zelfportret (John Michael Rysbrack)

Hoe anders is dat bij het terracotta zelfportret van John Michael Rysbrack (1693-1770), zie foto links.  Waar de Markies een enigszins afstandelijke heerser blijft zien we hier een meer dan menselijke beeldhouwer, die, als het inderdaad een zelfportret is, zichzelf met veel eigenliefde in de klei heeft vermenigvuldigd. De buste is vrij klein, maar drukt één en al kracht uit. Het gezicht is fijn gemodelleerd. Het is niet gladjes, zoals bij de Spaanse Markies, maar zeer levendig. De gelaatstrekken zijn naturalistisch weergegeven. Het is alsof je naar een foto in terracotta kijkt. Dit komt deels door de hoge afwerkingsgraad van het beeld, maar er is meer. Overal speelt licht en donker met elkaar. Steeds weer is er een kleine oneffenheid, die de buste een ongeëvenaarde werkelijkheid geeft: de licht naar binnen wijkende wangen, de plooien om mond en ogen, de adamsappel die je elk moment verwacht te zien slikken.
De beeldhouwer heeft zichzelf een mantel om de schouders gedrapeerd, die in grote plooien van de linker schouder naar beneden valt. De diagonaal die hierdoor ontstaat vormt een stevige basis van het kleine hoofd. Onder de mantel draagt de beeldhouwer een openvallend, eenvoudig overhemd. De knopen vallen er net niet af. Ook hier diepe plooien met een sterke schaduwwerking, die het beeld aan de onderzijde net zo sprekend maken als het gelaat van de maker daarboven. John Michael Rysbrack heeft zijn terracotta hoofd getooid met een eenvoudige muts. En onder die muts kijken twee ogen enigszins langs ons heen. Zijn blik is niet makkelijk te lezen. Welke emotie houdt hem bezig? Is het smart? Vastberadenheid? Tevredenheid? Het is een geheim dat net zo gesloten blijft als de mond van het portret van zijn maker.

Het interessante aan het zelfportret is dat het een terracotta beeld is. Overigens niet het enige terracotta beeld op de tentoonstelling. Er zijn er veel meer. Zoals het schitterende, hautaine portret van de toneelspeelster Angélique d’Hannettaire, van de hand van Gilles-Lambert Godecharle. Of het portret van de schilder Gaspar de Crayer en de mythologische busten van Hercules en Omphale, alledrie gemaakt door Lucas Faydherbe. Al deze terracotta beelden waren waarschijnlijk studies, op weg naar voltooiing van het “echte beeld” in het marmer. Het zelfportret van Rysbrack is waarschijnlijk een uitzondering hierop en als zelfstandig kunstwerk gecreëerd.
Het zijn uiteindelijk de terracotta busten die mij het meest raken. Het is de directheid, de eerlijkheid van het materiaal, meer nog dan dat van het koude marmer, dat  de mens hier op deze tentoonstelling in al zijn diversiteit en rijkdom toont. En dan bedoel ik niet de materiële rijkdom, maar veel meer de rijkdom van het totale leven. Een rijkdom die voor mij het meest duidelijk tot uitdrukking komt in het zelfportret van de beeldhouwer John Michael Rysbrack. Voor wie de “love of man” wil vieren is dit zelfportret alleen de reis naar Antwerpen meer dan waard.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.