Beelden die oplossen als rook in de wind

Retrospectief van Alberto Giacometti in de Kunsthal te Rotterdam (november 2008)

“Of je het mooi vindt doet niet ter zake. Je bent kunsthistoricus. Als je iets mooi vindt heb je je eindoordeel gegeven. En dat staat goed kijken en onderzoeken in de weg.” Het zijn deze woorden van mijn leermeester kunstgeschiedenis die me door het hoofd spoken als ik in de Kunsthal door een woud van ijle figuren dwaal. Natuurlijk, hij heeft gelijk. Maar omgeven door de beelden van Alberto Giacometti wordt ik onmiddellijk overdonderd door schoonheid. Net als Giacometti’s beelden lossen de wijze woorden van mijn leermeester op als rook in de wind.

De Kunsthal in Rotterdam presenteert een schitterend overzicht van het werk van de Zwitserse kunstenaar Alberto Giacometti. Deze  beeldhouwer, tekenaar en schilder leefde van 1901 tot 1966. Een groot deel van zijn leven bracht hij door in Parijs, waar hij in de artistieke en intellectuele kringen verkeerde van mensen als Pablo Picasso en Jean Paul Sartre. Hij portretteerde bij voorkeur mensen uit zijn directe omgeving, zoals zijn broer Diego en zijn vrouw Annette Arm. Daarbij wisselde hij het werken naar model vaak af met uit het hoofd werken, omdat hij naar eigen zeggen zijn modellen, zelfs zijn broer of vrouw, bij lang kijken soms niet meer herkende. Giacometti’s beelden zijn een een gestolde zoektocht naar de hem omringende werkelijkheid. Of, zoals hij het zelf zegt: ‘Een beeldhouwwerk is geen object, het is een ondervraging, een vraag, een antwoord.’
Het is voor het eerst sinds meer dan twintig jaar dat we de resultaten van Giacometti´s zoektochten in Nederland kunnen zien. En er is heel veel te zien. Niet alleen beelden, maar ook tekeningen en schilderijen, die net zoals zijn beelden perfect illustreren dat de Zwitser de wereld elke keer opnieuw wil ontrafelen, maar dat deze hem immer ontglipt.

De Kunsthal is een perfecte plaats voor de ijle beelden van de Zwitserse beeldhouwer. De hal is zeer licht, en de opstelling, met zijn ogenschijnlijk lukraak neergezette losse witte muurdelen, ondervraagt het oeuvre van Giacometti in een veelvoud van gezichtspunten, zoals de kunstenaar dat zelf ook met de wereld doet. De tentoonstelling is een wandeling door zijn oeuvre, waarbij we langzaam ontrafelen hoe Giacometti zich ontwikkelde, wat hij maakte, en waarom hij dat zo maakte.

Giacometti’s tekeningen en schilderijen vormen een mooie introductie op zijn ondervragingen. Zoals de tekeningen en schilderijen die hij aan het begin van de jaren zestig van een staande naakte vrouw maakte. ´Voor Annette´ staat op één van die schilderijen. Giacometti tracht haar te vangen in enkele lijnen, waarbij hij sommige delen van het lichaam, zoals hoofd, borstkas, borsten, gewrichten, handen en voeten, stevig op papier zet, terwijl de rest van de vrouw in de lucht lijkt te verdwijnen.  Net zoals bij veel van zijn tekeningen en schilderijen wekt Giacometti ook hier een illusie van de omringende ruimte. Een paar lijnen bij de voeten en enkels plaatst de vrouw midden in haar realiteit. Soms plaatst hij de ijle figuur tegen een vlekkerige achtergrond, waardoor het lijkt dat deze met de achtergrond vervloeit. Steeds weer is duidelijk dat Giacometti blijft zoeken hoe hij de wereld, zijn model en de overgang daartussen het beste kan vastpakken.

Als je van de tekeningen en schilderijen overstapt naar de beelden is het eerste dat opvalt hoe zeer ze in elkaars verlengde liggen. Maar er zijn ook verschillen. De beelden zijn vanzelfsprekend minder ijl, al was het maar omdat een been dat uit louter heup, knie en voet bestaat geen lijf kan dragen. Tegelijkertijd is in de beelden de verkenning van de overgang van zijn model en de omringende ruimte spannender. Hij breekt deze overgang op in vele kleine vlakken, om deze daarna opnieuw bijeen te brengen, net zoals zijn grote voorbeeld Paul Cézanne dat deed op het doek. Een mooi voorbeeld hiervan is de bronzen Femme de Venise III uit 1956. Deze gebeeldhouwde vrouw is bijna 120 cm hoog. Langgerekt, met haar benen gesloten en haar armen strak langs het lijf, kijkt ze met streng gesloten mond recht vooruit. Haar hoofd is relatief klein, met een zwaar kapsel aan de achterzijde. Het ijle beeld is plat uitgevoerd, en ze is met groot uitgevallen driehoekige voeten meer dan stevig aan de bodem verankerd. Het oppervlak van de Femme de Venise III is uitermate ruw en gefragmenteerd, robuust. Het is een woeste verzameling facetten, opeenvolgende lagen, die de stille getuige zijn van Giacometti´s zoektocht naar de contour van zijn model. Waar houdt zij op? Waar begint de ruimte die haar omringt?

Ook bij zijn portretbustes is de onderzoekende blik van Giacometti goed te zien. Zoals bij het portret dat hij in 1960 maakte van zijn goede vriend Yanaihara. Het is een klein, roodbruin geschilderd gipsen portret. Het kleine hoofd staat op een groot uitgevallen, ruw gemodelleerde halve tors. De afdrukken van Giacometti’s duimen zijn duidelijk zichtbaar. Het gehele oppervlak van de tors ziet er uit alsof de beeldhouwer er doorlopend zijn handen in drukte. Onmachtig, omdat hij zijn vriend niet in het gips kon vatten. Of moeten we toch vooral kijken naar het kleine, fijner gemodelleerde hoofd op de tors, en nog verder, naar datgene dat niet is uitgebeeld en dat zich buiten het gips bevindt? Het zou zo maar kunnen, bij de beeldhouwer die in zijn zoektocht naar de perfecte uitbeelding van zijn vriend ook de ruimte waarin deze zich bevindt meeneemt. Het lijkt raar. Maar de ijle beelden van Giacometti gaan misschien wel meer over die ruimte dan over zijn modellen zelf. Want die lijken hem te ontglippen en lossen op als rook in de wind.

© Martin Lok (24 december 2008)


Gegevens kunstwerk
Naam: Femme de Venise III
Maker: Alberto Giacometti (1901-1966)
Wanneer is het gemaakt: 1956
Formaat:  h 118,5 x 17,8 x 35,1 cm
Materiaal: brons
Waar te vinden:


                        

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.