Herstel van het inspirerend vergezicht

De vele vrij dagen van de afgelopen weken stelden mij in staat om tentoonstellingen te bezoeken die nog op mijn verlanglijst stonden. Ik genoot van Julio Gonzáles in Den Haag, zag Johan Barthold Jongkind schitteren in Dordrecht en droomde mezelf de Atlantische Oceaan over bij The American Dream in Assen en Emden. Maar de tentoonstelling die het meest onder mijn huid kroop was Utopia in Zicht van Carlijn Kingma in het Gemeentemuseum. Wat mij betreft een must-see voor iedere ambtenaar (en politicus).

Utopia in zicht is een mini-tentoonstelling met de pentekening Een geschiedenis van de Utopische traditie als pièce de résistance. Met deze tekening rondde Kingma haar studie architectuur af met een 10 en won ze de New Babylon Award. Voor het Gemeentemuseum reden genoeg om Kingma in de randen van Mondriaan & De Stijl met een eigen kabinet te eren. Dat ene kabinetje is misschien niet groot maar de ideeënwereld van Kingma is dat wel en sluit perfect aan op Mondriaans zoektocht naar een betere wereld. Ook hij werd in zijn werk geleid door visioenen over een betere wereld. Net als vele filosofen, geestelijken, wetenschappers en kunstenaars voor hem.

Kingma laat dit in haar pentekening virtuoos zien. Het is een drieluik dat in haar woorden verbeeldt “hoe de realiteit zich altijd heeft gevormd tussen onze angsten en onze verlangens”. En hoe het denken over een betere wereld zich in het Westen van de oudheid tot nu ontwikkeld heeft. Met haar meesterlijke tekening onderstreept Kingma het belang van richtinggevende vergezichten. Iets wat niet iedereen met haar eens zal zijn. Zo staat onze premier niet bepaald bekend als liefhebber van dergelijke vergezichten. Maar ze zijn volgens Kingma een onmisbare inspiratie voor de uitdagingen en transities van dit moment.

Paul Scheffer is het hier mee eens. Hij hield in het NRC van het afgelopen weekend een vergelijkbaar pleidooi voor herstel van breed gedragen ideeën als richtingwijzers naar een betere wereld. Want “waar verbindende ideeën ontbreken wint de hokjesgeest” en is het algemeen belang het kind van de rekening. Terwijl we volgens Scheffer juist nu die verbindende ideeën keihard nodig hebben. Alleen met gedeelde verlangens over de toekomst kunnen we de nieuwe breuklijnen tussen hoog- en laagopgeleid, tussen gevestigden en nieuwkomers, tussen seculier en religieus, tussen jong en oud, en tussen mens en natuur het hoofd bieden.

Het pleidooi van Kingma en Scheffer voor herstel van de Utopie en het verbindende idee raakt bij mij als ambtenaar een gevoelige snaar, omdat ik steeds vaker merk dat de overheid zo’n inspirerend vergezicht mist. Natuurlijk, we hebben onze beleidsdoelen voor praktische zaken als werkgelegenheid, zorg, immigratie en klimaat. Maar het zijn doelen die worden bepaald door wat kan en niet door wat moet of nodig is. En als er iets is dat op een vergezicht lijkt, zoals de Duurzame Ontwikkeldoelen die in 2015 binnen de Verenigde Naties zijn afgesproken, dan wordt het veelal weggemoffeld in een hoekje onder de Haagse kaasstolp. Zonder echt richting te geven aan alles wat de overheid doet. Wat tot het verwijt leidt dat de overheid ongeïnspireerd en cijferfetisjistisch is. En op zijn best alleen maar legitimeert wat anderen al bedacht hebben of – in minder positieve bewoordingen – achter de feiten aan loopt. Steeds vaker hoor ik dan ook dat de overheid als richtinggever wordt gemist. In sommige gevallen ook terecht, zoals in 2015 bleek bij de uitspraak van de Klimaatzaak tegen de Staat.

Kortom, herstel van het inspirerende vergezicht! Dat is als beleidsmaker mijn goede voornemen voor 2018. Net als Kingma en Scheffer geloof ik niet dat we daarmee het gevaar lopen weg te zinken in een moeras van dromen en fantasie. Daarvoor hoeft onze premier niet bang te zijn. Dromen zijn vaak een beginpunt voor iets moois en praktisch. Want, om Kingma het laatste woord te geven, “de keuze die we hebben is niet tussen een realistisch plan of een onrealistische utopie. In tegendeel zelfs: praktische hervormingen komen vaak voort, uit utopisch dromen. Utopia prikkelt de verbeelding over een bestemming in de zeeën van tijd. Wij hebben Utopia nodig, want in de steden en huizen waar we van dromen zullen we uiteindelijk leven.”

© Martin Lok (7 januari 2018)


Gegevens kunstwerk
Naam: Een Geschiedenis van de Utopische Traditie 
Maker: Carlijn Kingma (1991), in samenwerking met Patrick Healy en Robert Nottrot  
Wanneer is het gemaakt: 2016
Materiaal: Oost Indische inkt en kroontjespennen
Formaat: 1189mm x 841mm
Waar te vinden: website Carlijn Kingma


De tentoonstelling ‘Utopia in zicht’ is nog tot 26 februari te zien in het Gemeentemuseum in Den Haag. Ook de website van Carlijn Kingma is een aanrader; de citaten van Kingma zijn van deze website afkomstig. Het essay van Paul Scheffer is getiteld ‘Ons driestroompjesland’ en is gepubliceerd in het NRC van zaterdag 6 januari & zondag 7 januari 2018.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

One Comment

  • H. Ter Steege commented on februari 15, 2018 Reply

    Prachtig! 6

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.