“Ik ken ze alleen bij koffie”

Ik kan stikjaloers zijn op mensen die altijd weten wie ze voor zich hebben. Die altijd je naam weten. Want zelf ben ik daar een hark in. Dan kom ik weer eens iemand tegen op een vergadering of bij een borrel, ik schud hem de hand en ik denk, en ik denk, en ik denk… “Shit…. hoe heet hij ook al weer?”

Om mezelf enigszins te trainen pas ik soms iets toe wat ik van Auguste Rodin heb geleerd. Die keek altijd extreem goed naar de mensen die hij portretteerde, zocht de opvallendheden in het gezicht en vergrootte die uit in zijn portret om daar herkenning en levensechtheid mee te realiseren. Een beetje zoals een karikaturist dat doet, maar dan subtieler. Dus als de dichter Charles Baudelaire een groot voorhoofd heeft en priemende ogen, waarbij de linker wat hoger in het gezicht staat dan de rechter, zijn dat de kenmerken waar Rodin mee werkt om zijn portret herkenbaar te maken. Met als bonus dat het portret daardoor een extra sprankeling krijgt en tot leven komt. Iets dat goed te zien is in het kleine maar o zo mooie portret dat hij van Baudelaire maakte. Toen ik er voor het eerst voor stond wist ik niet waar ik naar moest kijken. Mijn ogen gleden van links naar rechts over het portret, zonder veel houvast te vinden. Behalve bij die die priemende ogen, waarvan de linker wat hoger staat dan de rechter, en dat wat vreemde, kale voorhoofd, waar een rare prop op zit die de leegte ervan lijkt te benadrukken. Die bleken cruciaal voor het houvast en de herkenning van Baudelaire, wat ook duidelijk te zien is als je het portret vergelijkt met een foto van de dichter.

Maar ondanks deze les van Rodin blijf ik vaak een hark met namen en ben ik altijd vol bewondering voor mensen met een eindeloos geheugen. Mijn heldin is wat dat betreft momenteel Hanny. Al kan het ook Hannie zijn, of misschien heet ze toch nog anders. Maar het is die vriendelijke dame die vaak achter de kassa in het Grand Café van het Ministerie van Economische Zaken staat en mij steeds weer met dezelfde woorden begroet: “Een espressootje?” Vaak gevolgd door “heb je nog een stempelkaart of wil je een nieuwe?” Ze weet dus niet alleen dat ik espresso drink, maar ook dat ik mezelf geregeld een gratis espresso door de neus boor door die stempelkaartjes voortdurend kwijt te raken. Met een diepe buiging bevestig ik dan dat het inderdaad wederom hetzelfde recept is.

Laatst stond ik nog af te rekenen toen ze aan de dames achter mij vroeg of ze een latte macchiato en een verse muntthee wilden. Waarop natuurlijk een bevestiging volgde. Ik vroeg haar of ze wist hoeveel mensen ze eigenlijk kende. “Ooh”, zei ze bescheiden, “dat weet ik niet hoor. En ik ken niemand bij naam, ik ken ze alleen bij koffie”. Vol bewondering, maar ook stikjaloers, dronk ik mijn espresso.

Martin Lok (15 juni 2017)


Gegevens kunstwerk
Naam: Charles Baudelaire 
Maker: Auguste Rodin (Parijs, 12 november 1840 – Meudon, 17 november 1917)  
Wanneer is het gemaakt: ca. 1892
Materiaal: brons
Formaat: H. 22.2 cm ; W. 19 cm ; D. 21.5 cm
Waar te vinden: Musée Rodin, Paris

Deze column is ook gepubliceerd op de Intranet-site van het ministerie van Economische Zaken

Share...Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInEmail this to someonePin on Pinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *